C of K veel woorden met een K zijn ook vaak geschreven met een C in 1400-1600


k
k afk. calende, kalender
kaagman schipper op een ka-schuit (platbodem zeilschip)
kaagschuyt zie kagen
kaai kade
kaaimaker stratenmaker
kaaiwachter bewaker op de kade
kaaiwerker sjouwer voor laden en lossen schepen
kaak schandpaal
kaakkalaar snoever, opschepper
kaakster vrouw die veel praat
kaal arm
kaalkin melkmuil
kaar kist voor het bewaren van levende vis in water
kaarsnis nis in muur, vaak bepaalde de zijde waarin de nis was aangebracht wie de eigenaar is
kaasjager schooier, bedelaar, landloper
kaay kei
kabas mand
kaboutje schoorsteenveger
kabuzenbauer koolteler
kadaster grondbeschrijving, register van alle gronden en onroerende eigendommen in een land, voor berekening van de te heffen belasting bureau van het kadaster waar plannen en kaarten, benevens waar schattingsregisters en documenten bewaard en bijgewerkt worden
kadasterlegger legger voor de omslag der kadastrale belasting
kadastraal tot het kadaster behorende, kadastrale omschrijving, kadastrale plans
kadastreren kadastrering, het meten en in kaart brengen van alle onroerende goederen, kadastraal inschrijven, volgens het kadaster omschrijven
kadraai parlevinker, kruidenier per boot
kael kool, kolen
kaenpe vlas, hennep
kaepersleeger koperslager, pannenmaker
kaerdemaker wolkammenmaker
kaerdewolle gekaarde wol
kaerinne zie carinne
kaerle vent, kerel
kaerssen kaarsen
kaeter keuterboer
kaether soort keuterboer, meestal zonder marktrecht
kaey kade, kaai
kaf overblijfsel van koren, vulsel voor matrassen
kaffa zijdeweefsel waarin goud en zilverdraad is verwerkt
kaffoorvager schoorsteenveger
kagen platbodem varend op de binnenwateren
kaghel kachel
kaiserkirmes 3e zondag in oktober. Door Josef IIe als algemene kermisdag in het land aangewezen
kaker haringkaker, schoonmaker van haring (op zee)
kakstoel kinderstoel met po onder zitting
kalandermolen molen voortbewogen door paarden- of windkracht om stoffen te pletten
kalefater breeuwer, die met pek de naden in de scheepsromp en dek dichten
kalenden 1e van de maand in de oud Romeinse kalender
kalfbroeder/ -zuster voorzoon of dochter, kinderen uit de voorhuwelijkse periode.
ook de kinderen van een weduwe / weduwnaar zijn
kalfzuster zie kalfbroeder
kaliber mal voor een pottenbakker
kalkere pleisteraar, stukadoor, witkalker
kalkoen heraldiekteken, omgebogen einden van een hoefijzer
kalot hoofdbedekking voor kaalhoofdigen mannen voor in huis
kalsij kassei
kalsijde zie kalsij
kaltschmied koperslager
kamergang stoelgang
kamernymf prostituee
kamerwaarder huisbediende
kammelot stof van dierlijk haar
kammerjungfer kamernier
kamp afgeperkt stuk grond
kampschreur dorpskleermaker
kan heraldiekteken, kan met oor en tuit
ook inhoudsmaat voor natte stoffen,
1 kan = 80 -112 kan per aam = 1,4 -2 ltr inhoudsmaat voor graan 1 kan =1/64 zak
kandler tinnegieter
kanefaßweber kunst katoenwever
kangsen dobbelen
kanjel dakgoot
kankermeester chirurgijn die ziekten genas door zieke delen weg te snijden
kannenwroeger ijker van tinnen, tinnen kannen keurmeester
kanteel tanding van een borstwering aan bovenzijde torens en muren
kantegaarder landloper
kanter roggebrood met een stevige korst
kantijn kanten stof
kanton heraldiekteken, vrij kwartier op schild
kanunnik geestelijke, monnik die maak deel uit van een kapittel en verbonden aan een kathedralekerk
kapelani huis voor zelfstandige huisvesting van de kapelaan
kapitein ambtenaar, belast met het landbestuur tijdens afwezigheid van de graaf, ook drost, mamboor, seneschalk genoemd
kapittel college van geestelijken dat gezamenlijk de zielzorg in een parochie uitoefent. hoofdstuk van een reglement. adviescollege van de bisschop
kapittelkerk hoofdkerk in het werkgebied van het kapittel
kapoen besneden haan, vetgemeste haan
kapoenen castreren, meerdere besneden hanen
kapoets hoofdkap,
ook een muts zij zijflappen voor over de oren
kappaard monnik die een kap draagt
kappoot mantel
kapproen muts, kap
kapstok zotskap
kapucijn monnik, ook heraldiekteken, monnik in bruine pij
karbonkel versterking op een schild
karcher vervoerder
karder voerman
kardewaghen zie cardewaegen,
kareelbakker steenbakker, karelen zijn vierkante bakstenen
karel kerel
kareman zie karrenman
karfreitag goede vrijdag voor Pasen
karinghe braaknijging
karman, zie karrenman
karmozijn karmijnrood
karnel kolonel
karolusguldens betaalmiddel, 1 Carolusgulden = 20 stuivers kwam voor in 2,94 gram goud en in 23,72 gram zilver.
In gebruik omstreeks 1540
karossier koetsier
karrenaar voerman, koetsier
karrenman voerman van een bespannen kar, ook rondventer in de veenderijen,ook boer met slechts één paard, waarmee hij zich verhuurt.
karrepoets zie kapoets
karrer zie karrenman
karspell kerkdorp, kerspel, parochie
karteldarm kronkeldarm
karton zie karrenman
karveel zeewaardig vracht zeilschip
karwoche de week voor Pasen
kasjak lange overjas
kaster pijpenmaker, die de Goudsepijpen vormt en doortrekt met een draad
kastimentshuyge huisje waarin men voor straf werd opgesloten
kastoor bewerkt beverhaar
kastorie bevergeil
kateele zie kateile
kateile levende have, het vee, maar ook roerende goederen, de inboedel
kauderer vlashandelaar
käufler opkoper
kavel perceel, portie van een nalatenschap, partij, lot
kavelaar hij die de verdeling der loten doet
kavelbrieven akten met beschrijving van eigendommen bij echtscheiding
kavelen verkavelen, in kavels scheiden, in percelen verdelen, in loten verdelen, in partijen verdelen, ook loten, een lot trekken
kaveling het kavelen, verkaveling, bij kaveling verkopen, in loten verdelen
kavelotter paardenhandelaar
kaveveger schoorsteenveger
kaviller vilder, beul
kawertin woekeraar, wisselaar
kaydray zie kadraai
ke(t)tijf zie keitijf
kebse (pellex) bijvrouw, liefdesverhouding
kechtken jongetje
kede ketting
kedel vrij kort en wijd overkleed, ook een groot zeilschip
keder schout
kedinge bekendmaking
keel rood
keelberch halsketting, halsband
keeldarm luchtpijp
keen vaas, kruik, ook reet spleet of barst
keerden vegen
keerne karnton, ook ton, vat
keerquate uitvaagsel, ook vuilnis
keersgieter zie kerseghieter
keert sla om
keete loods, schuur,armoedig huisje, klein huisje , huisje
keffuwe bedrieglijke praatjes, lasterlijke praat
kegel onwettig kind
kegelaer oorlogswerktuig, soort blijde, stenen en keienwerper
kegge ijzeren wig
keiacker slecht stuk landbouwgrond met veel keien
keien middeleeuws spel, met keien (zware stenen) naar een gemerkt punt gooien
keilen spel als kegelen
keïnge bekendmaking
keisermarct dobbelspel
keiserpeer fijn soort peer
keisers een vrij grove lakenstof
keiserschilt muntstuk, geslagen in Beieren door Lodewijk van Beieren
keistrinc grondstuk met veel stenen in de grond
keitijf krijgsgevangenen, ook een nietswaardige, een ellendeling, soms ook een heiden
keitivich zie keitijf
kekelen stotteren
kekelen kegelen
keldenaer zie kelder
keldeneer kelder
kelder wijnhuis, ook onderaardse kerker
kelderen naar de kelder brengen, ook opslaan in de kelder
kelderie werkzaamheden van de keldermeester
keldermont keldertoegang aan de weg met valluiken
kele zie keel , ook keel of hals, kiel van een schip
kelen de keel doorsnijden, ook de keel dichtknijpen
kelen de keel afsnijden
kelle waterloop bij een watermolen
kellen koud zijn , vriezen
kellenaar zie kelner
kellenare zie kelder
kelnare zie kelder
kelnare keldermeester
kelnear kelder
kelner met de zorg van de voorraad in de kelder belast
kelre zie kelder
kemenade verwarmbare kamer, kamer met eigen schoorsteen
kemeneie zie kemeneye
kemeneye schoorsteen, schouw, stookplaats
kemp vlas, hennep
kempe bijzit
kempen van hennep gemaakt
kempster vlaskamster
kemwolle kamwol
kenen ontkiemen, ontspruiten
kennef beugel bij vee om weglopen te voorkomen
kenneman bediende die de uitspraken van de schepen-rechtbank op schrift stelde
kennen bekennen, verklaren
kennep zie kaenpe
kennesse doen boodschap overbrengen
kennewe halsbeugel voor runderen
kenningen schriftelijke uitspraken van de schepenen opgetekend in het kenningenboec
kenningenboec boek met de kenningen,
kep voetboei
keper heraldiekteken, balken in vorm van een dak
kercbon kerkbuurt
kercgebot openbare aankondiging betreffende de kerk
kerchoec parochie
kerckbreker kerkrover, kerkschender, zie ook kerkroof
kerckelijck getuiygenisse kerkelijke attestatie
kerckfogden kerkvoogden
kerckfoochden zie kerckfogden
kerckgeregtigheid de aan de kerk toekomende vergoeding
kerckghebodt openbare afkondiging in de kerk
kercklicke versamelinghen kerkelijke samenkomsten
kerckmeyster functionaris belast met het beheer van de plaatselijke kerkelijke goederen
kerckweten in de kerk afgekondigd
kercman geestelijke
kercmoeder kosteres
kercroof diefstal van kerkelijke voorwerpen
kercsoekinge parochie, kerspel
kerctor kerktoren
kercwedeme pastorie
kercwerc kerksieraden, ook alle werkstukken gemaakt voor de kerk
kerel venter, leurder
kerellaken laken voor het maken van een overkleed
kerfaexe kleine bijl
kerfstoc
een stok, die het "rekenboec" vervangt bij personen, die niet schrijven kunnen; de betaling werd door een "kerf " (insnijding) aangeduid, terwijl schuldeiser en schuldenaar elk een stok hadden, die te gelijk gekerfd werden en waarvan dus de insnijdingen nauwkeurig met elkander moesten overeenkomen en passen, zodat vervalsing onmogelijk was
kerfstok stok waarop door kerfjes of insnijdingen aangewezen wordt, hoeveel (b.v. broden) de houder van de kerfstok op krediet gehad had, zie ook kerfstoc
kerfzaag grove boomstammenzaag
kerkbewaarder koster, honden wegjager zie ook hondenjager
kerkcmaer in alle kerken bekend (gemaakt)
kerke gewicht van vier centenaars ?
kerkeaer kerker
kerkenbrief akte in een kerkelijk archief
kerkenbrief akte uit het kerkelijk archief
kerkenhoeder gevangenbewaarder, stokbewaarder
kerkenraet zie kerkfabriekraet
kerkensprake openlijke afkondiging in de kerk
kerkercnape gevangenbewaarder
kerkerier zie kerkenhoeder
kerkeringe kerkerstraf
kerkersteen gevangenis, kerker
kerkerwaerre zie kerkerhoeder
kerkfabriekraet kerkenraad, verzameling abtsdragers
kerkheer priester in een parochie
kerkman geestelijke, ook als kercman geschreven
kerkmeester persoon belast met het beheren van de roerende goederen van de kerk
kerkmeier pachter van land eigendom van de kerk
kerkregent kerkmeester, kerkvoogd
kerkslotel kerksleutel
kerkvoogd kerkmeester
kerkzegels uitgaande brieven werden voorzien van (kerk)zegels als waarmerk
kerkzegger aanspreker van begrafenissen
kerle lang overkleed voor mannen en vrouwen, ook een vrije man van lage geboorte, dorpeling, boer, iemand van het platteland
kerlich onbeschaafd
kermes karmozijn
kerne kruik, vaas, ook karnton
kerschieter kaarsenmaker
kerse kaarsen
kerseghieter, kaarsenmaker
kerselare kersenboom
kersemakere kaarsenmaker
kersemen met heilige olie zalven
kersepipe koperen pijpje om kaarsen in te zetten
kersesnuiter hoedje op steel om kaarsen te doven
kersesnutter zie kersesnuiter
kersestoc kandelaar
kerspe fijn lijn gewaad
kerspel parochie, kerkdorp
kerspel dorp, kerkdorp, parochie
kerstael kristal
kerte ijzeren band om de naaf van een wiel
kerver hij/zij die de kerven op de kerfstok aanbracht
keßler ketelmaker
ketelaer ketelsmid
ketelbuter ketelhersteller
ketelspijs geelkoper
ketelspyse zie ketelspijs
ketenwerckers wevers
ketikyn kettinkje
ketteldreve veeweg
ketter persoon die de officiële leer van de kerk niet erkende, afvallige
kettermeester inquisiteur, vervolger/aanklager van ketters
ketterschen zie ketter
keukennon non werkzaam in de kloosterkeuken
keulsekruiken aardewerk kruiken, vaak blauwgrijs glazuur aan bovenzijde
keur vermoedelijk een soor belasting o.a. voor onderhoud dijken
keurboeck register waarin vermeld alle keuren en verordeningen van stad
keurder keurmeester
keuren kiezen, keuze
keurier zie keurder
keurling man geschikt voor het leger en aangewezen door het stadsbestuur en officieren
keurnoot gerechtsbijzitter
keurrechters scheidsrechters in gedingen die ook vonnissen mogen vellen
keurschepen schepen rechters die criminele zaken berechten
keuster koster, honden wegjager zie ook hondenjager
keuter boer die een klein stuk land bewerkt, met weinig bezittingen
keuterboer zie keuter
keuyte dun bier
kevesch buitenechtelijk, onecht
keveschen overspel plegen, buitenechtelijke liefde bedrijven
kevesdoem overspel plegen, buitenechtelijke liefde bedrijven
kevese zie kevese
kevis hoer
key kaai
keysel kiezelsteen
kiekenman polier
kiekijn kuiken
kiep mand van marskramer
kiepen draagkorf van een marskramer, ook gunnen
kiepenkerel marskramer
kiepkerels marskramers
kieremier soort lakenstof
kiesman scheidsman, arbiter
kiints leggen in de kraam liggen
kijkpisse kwakzalver
kille waterdiepte, waterbedding van een rivier
kimmetje zie kinnetje
kin zie kinnetje
kind vaak in begraafboek als aanduiding van een doodgeboren kind, zonder voornaam begraven met alleen de naam van de vader en soms de moeder
kindelbedde kraambed, ook bevalling
kinderdach aller - kinderdag, 28 december
kinderen van getrouwden bedde wettige kinderen
kinderflepje driehoekig doekje voor onder het kinderhoofd
kinderheffen dopen van een kind
kinderhuus opvanghuis voor kinderen waar zij worden verpleegd en les krijgen
kinderkint kleinkind
kindermaagd kindermeisje
kinderman kraamheer
kindermin zoogster
kindertuchter schoolmeester
kindoeck doek om de kin van een overledene
kinen scheuren in zeer droge grond
kinne bloedverwant
kinnetje inhoudsmaat, 1 kinnetje (natte) stoffen bv boter = 1/4 ton, bij (droge) stoffen als aardappels en fruit ca 1/8 ton
kinsfolk familie
kirspel kerspel, klein dorp, leefgemeenschap
kist houten meubel kan in diverse uitvoeringen zijn
kistengeld geld dat in de geldkist bewaard werd
kistenverwarer archivaris, die de zorg had over de kist met gezegelde stukken en andere belangrijke papieren en verordeningen
kister aflegger van doden
kistmeester schatbewaarder van een kapittel
kit schenkvat
kkk afk. kerkelijk(e)
kl zie k
klaai klei
klad voorlopig ontwerp van een geschrift
kladde zie klad, ook een plak klei
kladdenmaker arbeider in een pannenfabriek, kladde is een plak klei
kladschilders huisschilders
klapmuts munt stuk ook goud gulden genoemd
klapmuts (klein) porseleinen (vinger)kommetje voorzien van een platte rand. vaak chinees.
klapperman, nachtwaker met klapper of klepper. Gaf elk uur de tijd aan.
klaringe verklaring, beslissing, vonnis, uitspraak
kleiber leem vloerenmaker
kleinböttcher potten / bekermaker
kleine officier schout, lagere ambtenaar
kleinkassier beheerder van de kleine kas
klepperman zie klapperman
kleremacher beenderas brander voor het goud en zilver smelten
klet jak met korte mouwen
kleynwerker zilversmid
klijn laagveen geschikt voor turfsteken
klijnzout zout van zouthoudend veengrond, ook cleenzout genoemd
klimmend heraldiekteken, als een dierfiguur op de achterpoten staat
klingelbuidel collectezak aan lange steel. Vaak voorzien van een belletje om slapende kerkgangers wakker te maken
klippkrämer klompenhandelaar
kloefkapper klompenmaker
kloesterigge kloosterling
kloet vaarboom
kloeter klomp klei voor het maken van pannen
klompwacht nachtwakers op schepen
kloostermop baksteen uit de middeleeuwen, afm. ca 30x15x7-8 cm
klopzuster bagijn / begijn, zonder in een klooster intrede zich in ongehuwde staat dienstbaar maakt voor geloof, kerk en volgens bepaalde regels leeft
kloster klooster
klotermelk gestremde melk
klovenier met een klover gewapende schutter
klover geweer
kluiszuster kluizenares
kluiver beul die de duimschroeven aandraait bij de executie, ook een gerechtsbode die in beslag genomen goederen in een huis bewaakt
knaap vrijgeboren jongeling, kon na opleiding tot ridder geslagen worden
knapin dienstmaagd
knechten vaak zijn hiermee soldaten bedoeld
knelinghe kniebedekking
knevelaar beul
kneveler bier uitrijder
knie graad van bloedverwantschap
knors koudslachter, vilder, slachter van ongekeurd vlees
knunnik kanunnik
kobaltblauw heraldiekteken, kleur, ook lazuur en nassaublauw genoemd
kochelin koppelaarster, hoerenmadam
kodde knots
koddebeer koddebeier, veldwachter
koddenaar krijgsknecht gewapend met een kodde (knots of knuppel)
koeckebakker banketbakker
koeckebakkerye banketbakkerij
koeckteller beambte belast met het tellen van aangevoerde koeken
koedoder slager
koefer koffer
koegelkap mantelkap
koegras Friese landmaat. Letterlijk de hoeveelheid land die nodig is voor een koe (ca. 2 ha
koehooi de hoeveelheid hooi die nodig is voor een koe, diverse afmetingen gevonden ca 14x7x7 voet = ca 2500 kg vers of 2000 kg droog hooi
koehouder kleine veeboer
koekernoot bedrogen echtgenoot
koel kuil, gat in de grond
koeman veehouder
koemis koemest
koep koop
koepok-inenter inenter tegen pokken
koerboeck zie; coorboec
koeren opsetten de boeten in een vastgestelde keur verhogen.
koerier ijlbode
koerwachter torenwachter, waarschuwer voor brand en gevaar
koeryser merkijzer, voor het aanbrengen van een merk of keur op een voorwerp
koetsligter ??
koetsvoerder koetsier
koevanger die loslopend vee vangt en opbrengt naar de schutschuur
koeven oppervlaktemaat, ca 300-400 vierkante roeden = ca 0,4-0,65 ha, ook gevonden 2 morgen
koewei zie koeven
koeweyden weilanden
koeybeesten koeien
koeze wandelstok met dik ondereinde
koffeman bemanningslid op een koffe ( binnenvaart zeilschip)
kofferen in een koffer doen
kogler kunstenaar, goochelaar
kognat (cognatus) bloedverwantschap in de vrouwelijke lijn
kohier een staat van in een bepaalde periode te innen belastingen
kolde oude
kolken kolk, maar ook doorbraak in dijken
kolrijdster heks
kolsmid koud-smid
koman koopman
koman koopman
komansregge koopvrouw
kombaars deken
kome koopman
komenier koopman
komsenilje scharlakenkleurige verf
konings daalder, munt 17e-18e eeuw , gelijk aan 51 stuivers
koningsroede lengtemaat, 1 koningsroede = 3,91 m1
konkelleen vrouwenleen, leengoed dat ook aan vrouwelijke erfgenamen kon overgaan
konkubine bijvrouw van een gehuwde man
konnubium huwelijk
konsanguintät bloedverwantschap
konstschilders kunstschilder, die kunst beschilderd
konterfeiter portretschilder
konvoybiljet begeleidingsbrief
kooien copuleren, gemeenschap hebben
kooierman die loslopend vee opsluit
kooken keuken
kookpot heraldiekteken, pot in aanzicht met 3 voeten en 2 oren, soms met hengsel
koolbeschooijer knecht van kolenhandelaar
koolkappers kooltelers
koolmaker houtskoolbrander
koopmansschappen koopmansgoederen, handelswaar van een koopman
koornbrander destilleerder, stoker van sterkedrank
koornfactoor tussenpersoon voor werven, tewerkstellen en uitbetalen van arbeiders voor graanhandel
kop inhoudsmaat voor droge goederen, 1 kop = 1/4 vat = 4,7 ltr
kopergoud messing
kopmaat zie kop
kopper beul
kopse zie kopzaad
kopsend zie kopzaad
kopslager slager die de dieren met een voorhamer dood door op de kop te slaan
kopulation huwelijksvoltrekking
kopzaad, oppervlaktemaat, 1 kopzaat = 1/4 lopenzaat = 12 vierkante roeden
kor keur
koraalmeester cantor, dirigent van het koor
kordelier minderbroeder, broeder lid van de orde van de Franciscanen
koren braken, overgeven
korenmeter beambte voor het meten van het graan voor verschuldigde accijns te bepalen
korenwacht torenwachter, waarschuwer voor brand en gevaar
korf inhoudsmaat voor fruit 1 korf = .... ltr.
ook lengtemaat, 1 korf = 0,5-0,6 m1
kornel kolonel
kornet ruiter te paard met vaandel, ook gebogen hoorn met kleppen
kornuit hoorndrager, makker
kors kersttijd
korssemeister bontwerker
korstijd kersttijd
körtzner bontwerker
kosheir koosjer, volgens joodse voorschriften bereid
kossaerd smokkelaar
kossäten landarbeider
kost doen eten geven
kostelijcken duurder
koter keuterboer
kouter zie couter
kouwemaker vogelkooimaker
kouwer kuiper, kuipenmaker
kovenaar keuterboer, landarbeider
koyluiden eigenaars van een eendenkooi
KPA afk. Katholisch Pharr-Archiv
kr. afk. Kreis regio
kraambewaarster kraamhulp, baker
kraamheer winkelier
kraamkint pasgeboren kind, meestal de aanduiding voor doodgeboren
kraankind kinderen die door in een rad te lopen de kraan aandreven
kraantrapper zie kraankind
kraanzaag zaag om grove planken, balken etc. uit een boomstam te zagen
kradewagen kruiwagen
kraemdrager marskramer
kraeywaegen zie kradewagen
kramer handelaar die zijn waren uit een kraam op kermissen en markten verkocht
krämper opkoper
krancken zieken
kranckheiden ziekten
krancklijken ziekelijke
krankgeluk ongeluk
kraprood verfstof van meekrap
krasser penis
kräuter weihe dag voor de gewassen, 1 augustus
krebbe vuilnisbak
Kreis regio
Kreisler graanhandelaar
kreitsdag landdag
kreng zie krengen
krengen dood vee
krengenslachter slager die dood vee slacht en verkoopt
kretscher waard
kreuzerfindung in mai Kruisvinding, 3 mei
kreuztag in mai zie kreuzerfindung in mai
kricht krijgt
kriebelziekte ergotisme, vergiftiging met moederkoren. een op vooral vochtige gronden voorkomende uitwas bij graansoorten, vooral in roggearen, die een giftige werking heeft. b.v. brood gebakken van graan dat moederkoren bevat kan de ziekte veroorzaken, het kriebelende gevoel in het lichaam kan verlamming, blindheid en zelfs de dood tot gevolg hebben
kriek kers,
ook het achterste
krijg oorlog
krijgskeur dienstplicht
krimp insnijding, inspringend muurwerk
krocht hoge zandgrond, hoog gelegen akker
krodewagen kruiwagen
kroeg kruik
kroegman pottenbakker
kroes inhoudsmaat, 1 kroes = 1/120 ton = 1,4 ltr. ook bekend als pullemaat
kroongaarder beambte belast met het innen van belasting die in kronen werd berekend
kroosheemraden vertrouwensmannen binnen een dorp, zij zorgden voor de wegen ,sloten en dijken
krsegarn katoenen kaarspit
kruder kruidenhandelaar
kruf hoerenkast, kroeg
krugbäcker pottenbakker
kruis Vlaamse inhoudsmaat voor droge kalk,
ca 1733 ltr, later ook 10 hl.
kruis rixdaelder betaalmiddel, patagon
kruishout timmermans gereedschap
kruisschepel inhoudsmaat bij graan, 1 kruisschepel = 2 mud = ca 29-34 ltr.
krulkruis heraldiekteken, ankerkruis met spiraalvormige ombuiging aan de uiteinden
kruyer kruier
kruytmolen molen voor het malen van poeders voor buskruit etc.
kuamp komt
kubbe vistuig van wilgentenen meestal cilindervormig
kuer vermoedelijk een soor belasting o.a. voor onderhoud dijken
kuerbouck zie; coorboeck
kuerbrieven brieven betreffende de kuer
kuister schoonmaakster
kummer kuiper
kumper verfknecht
kundschaft oorkonde die de ambachtsgezellen van de patroonsvereniging (gilden) van de stad waar zij gewerkt hadden uitreikten
kunkelmacher spinrokmaker
kunkelmagen bloedverwanten uit de vrouwelijke lijn (kognaten)
kürbenzeiner korvenmaker
kurkeler klompenmaker
küster landmeter
kuysjongen schoonmaker
kwart inhoudsmaat voor natte stoffen, 1 kwart = 3/4 kroes = 1,05 ltr
graanmaat, 1 kwart = 1/4 meuken,
Voor overige vaste droge stoffen ook de naam kwartier gebruikt
kwartier deel van een provincie of gewest
ook lengtemaat. 1 kwartier = 1/4 duim, ook gezien 0,25 cm.
ook inhoudsmaat speciaal voor koren en zout.
ook graanmaat, 1 kwartier = 1/4 meuken, 1/4 lopen, 1/4achel, 1/4 maat
ook droge stoffenmaat, 1 kwartier =1/4 honderd, een kwartier was ook weer verdeeld in groot kwartier, = 24 vat of 96 maat en klein kwartier = 26 vat of 24 maat
kwartieren indeling van een schild
kwartierstreep heraldiekteken, als een vrij kwartier gelijk gekleurd is als het schild word dit afgescheiden door een dunne lijn
kwelijzers duimschroeven
kyven betwisten
kyving betwisting, bedinging